Spreker: Alaaaafff!

Het is eindelijk zover! Vrijdag aan het einde van de middag stap ik een overvolle kroeg binnen en vliegen de kikkers, piraten en cowboys me om de oren. Ik voel me een lantaarnpaal en sta al die ‘idioten’ met open mond aan te staren. Zodra mijn vriendin in mijn oren begint te zingen, denk ik: “DOE NORMAAL!”. Vanaf dat moment weet ik zeker dat ik veel drankjes ‘achter’ loop. Als snel haal ik de schade in en loop ik ook mee te zingen op de muziek en sluit ik me aan in de polonaise. Aan het eind van het liedje krijg ik ineens cola aangereikt. Dit is het moment waarop ik besef dat ik die ‘idioot’ ben die staat te springen als een malle en het tijd is om naar huis te gaan.

Met carnaval maakt het niet uit wat je zegt, wat je doet of hoe je iets doet, het gaat om plezier hebben en gek doen. De rest van de carnavalsdagen vier ik in volle overgave en sluit me aan bij alle anderen. Mensen zijn net kuddedieren, we lopen elkaar achterna, doen dezelfde dansjes en sluiten aan in de polonaise. Men past zich aan op dat moment. Maar is dat niet iets wat we allemaal doen, waar je ook bent? Op je werk, bij vrienden of bij je ouders gedraag je je anders dan ‘normaal’. Maar ja, wat is nu ‘normaal’?  Soms is het juist goed om je aan te passen aan de omstandigheden, bij voorbeeld tijdens een zakelijk gesprek. Ik zeg ook niet dat het goed of slecht is om je aan te passen. Het gaat erom dat jij je prettig voelt en anderen het gevoel hebben dat het gedrag bij je past. Zodra ze gaan zeggen, “Hé, dat is niks voor jou.” Dan moet je daar even over nadenken.

Ik sluit af met een citaat van Loesje:  “Blijf jezelf, er zijn al zoveel anderen.”