We zijn inmiddels verhuisd

Bernard Schols

De sfeer zou nooit meer hetzelfde zijn op het Pleintje. Ze moesten er weer aan denken. Halverwege de jaren tachtig werd Opoe bijna letterlijk afgevoerd naar het bejaardentehuis. Het enige menselijke was de taxichauffeur die haar bracht. Haar hypotheekvrije huisje verdween als sneeuw voor de zon. Vermogenstoets Wet op de bejaardenoorden heette het. De andere bewoners van het Pleintje hadden er niet lang over hoeven te denken. Alle panden werden veiliggesteld op naam van de kinderen, met behoud van een levenslang woonrecht, oftewel vruchtgebruik.

En toen werd het begin 2010, exact vijf minuten over twaalf. Zus Lena overleed. Onkruid vergaat niet, vruchtgebruik wel? Mooi niet. Er was allerlei successierechtelijk gedoe. In de nalatenschap moest, ondanks dat het pand op naam van de kinderen stond, meer dan honderdduizend euro aan ‘erfbelasting’ worden betaald! Over ‘al wat’ reeds van de kinderen was, moest wel degelijk alsnog worden afgerekend, en niet zo’n beetje. Uitgangspunt was de waarde van nu en niet meer van destijds, de datum van overdracht. Een of andere resolutie uit 1964 zou zijn ingetrokken. En dat terwijl de box 3-belasting altijd keurig was betaald.

Wat nu? Er zat niets anders op dan afstand te doen van al het woongenot op het Pleintje. Voorjaar 2011 maakte het ministerie van Financiën immers bekend dat er zeker geen overgangsrecht zou komen, ‘nooit’ meer! De kinderen wezen hun ouders meteen op die leuke nieuwe kleine appartementjes op het industrieterrein net buiten de stad. De ‘metterwoonclausule’ was veelal geschrapt in verband met een of andere wetgeving ‘tijdelijke genotsrechten’, zodat er wel – vóór 15 juni 2011! – enkele tienduizenden euro’s aan overdrachtsbelasting moesten worden betaald. De oudjes kregen te horen – het leek wel een medisch advies – dat ze de komende 180 dagen nog goed hun pillen moesten slikken, daarna was het niet meer zo belangrijk…

Ze zullen het nooit meer vergeten: 18 oktober 2011. Op deze dag werd een generaal pardon afgekondigd: de resolutie kwam terug. Men mocht – voor art. 10 SW 1956 – in beginsel weer waarderen naar de waarde van destijds. Toch geen feest op het Pleintje, want vele panden stonden inmiddels leeg. Einde levenslang genot.

De fiscale oorlog was voorbij. Dikke Noor stond op haar balkonnetje op het industrieterrein met een witte vlag en de verlossende resolutie in de hand. Mochten de mensen terug naar het Pleintje? Nee, mams, de notaris heeft het u toch nog uitdrukkelijk gevraagd: mevrouw, weet u het wel zeker? De hamvragen: krijgen we de betaalde overdrachtsbelasting terug, mag de huur weer omlaag en mag het vruchtgebruik weer in ere worden hersteld?

Er woonde echter ook een Limburger op het Pleintje: Sjeng, die zich met fiscale dingen ‘de kop’ niet gek had laten maken. Een echte levensgenieter. Het zou zijn tijd wel duren. Hij had geen fiscaal adviseur nodig. Hij woonde nog steeds gratis ‘in vruchtgebruik’. Maar zijn buren, die van de kinderen mochten blijven, betaalden niet alleen ‘zes procent’ aan huur, maar ook een groot bedrag aan overdrachtsbelasting. Die konden in ieder geval nooit meer op vakantie.